Begeleiden, zegt Sef

Sef Vergoossen tijdens een lezing over talentbegeleiding op Leeuwenborgh in Maastricht begin deze maand. Foto: Rob Oostwegel

Hij werkte voornamelijk met voetballers. Maar volgens trainer én talentbegeleider Sef Vergoossen verschilt het voetbalwereldje niet zo heel veel van de gewone buitenwereld. Over bundelen, begeleiden en duidelijkheid.

door Michiel Goertzen
Begin november gaf Sef Vergoossen een lezing voor decanen en directeuren van middelbare scholieren in Limburg. Onderwerp van gesprek: het begeleiden van talenten op weg naar de toekomst. Belangrijkste conclusie? Je kunt het niet alleen.

U hamerde tijdens die lezing erg op persoonlijke begeleiding. Waarom is dat zo belangrijk? „Je moet weten waar iemand vandaan komt, uit wat voor gezin iemand komt. Dat speelt een rol. Ik ben altijd naar de ouders van talenten gegaan. Om te kijken hoe de thuissituatie was. Maar ook om duidelijk en eerlijk te zijn. Ik zei tegen vaders van wie hun zoon bij een betaald voetbalclub ging spelen: nu begint de ellende pas. Je zoon gaat trainen, reizen, spelen en rusten. Hij heeft geen tijd meer voor andere zaken. Daar moet je duidelijk in zijn. Ook tegen een vader die denkt dat zijn zoon gaat binnenlopen. Je kunt het als club of als opleiding niet alleen. De omgeving van een talent moet ook weten waar je naar toe wilt en hoe je dat gaat doen.”

Is dat te vertalen naar scholen? „Ja. De begeleiding van een scholier is net zo belangrijk. Ook daar speelt het thuisfront een grote rol in. Als een school zegt ‘we gaan hier naar rechts’ en een vader zegt ’s avonds ‘daar komt niks van in, we gaan naar links’, gaat een kind twijfelen. Scholen doen niet zo heel veel aan persoonlijk begeleiding, op wat ouderavonden na.”

U heeft in Japan gewerkt. Is het onderwijs daar te vergelijken met het onderwijs hier? „Nee, om in Japan op een universiteit toegelaten te worden, moet je verschrikkelijk goed zijn. Daardoor haalt 99,9 procent de eindstreep. Mensen willen uitblinken, goed presteren. In Nederland heerst toch het idee dat je met zo weinig mogelijk inspanning, zo veel mogelijk probeert te bereiken. Een 5,5 is een voldoende, dat idee. Ik zeg altijd dat je hier alleen maar goed moet kunnen rekenen. Dan kom je er wel. De prestatiemaatschappij van Japan heeft ook nadelen hoor. Denk aan zelfmoorden van mensen die denken niet genoeg gepresteerd te hebben. Maar Nederland zou wel een onsje meer prestatiegericht mogen zijn.”

Is dat te veranderen? „Moeilijk, maar je kunt kinderen wel motiveren door ze een opleiding te laten doen die ze leuk vinden. Kijk, talentvolle voetballers zíjn gemotiveerd. Die worden gevraagd om een opleiding te volgen. Maar op een normale school werkt dat anders. Ik heb jarenlang met tegenzin op de mulo gezeten. Ik had niks met geschiedenis of met vreemde talen. Ik heb een diploma gehaald, maar dat heeft heel veel moeite gekost. Na de mulo heb ik drie jaar bij mijn ouders gezeurd of ik naar het cios mocht. Toen ik daar eenmaal zat, ging het goed. Daar had ik geen begeleiding nodig.”

U woont in Aalbeek, aan de rand van Parkstad. Hoe kijkt u tegen de regio aan? „Ik vind dat er te veel wordt gepraat over de vergrijzing. Hou daar toch eens over op. Of werk hard en maak er een kans van. Kijk naar de positieve dingen. Neem Heerlen, die stad heeft de laatste jaren enorm veel aantrekkingskracht gekregen. Tijdens het WK zat het Pancratiusplein vol, de olifantenbeelden trokken duizenden bezoekers. Het gaat best goed met die stad.”

Parkstad en haar talenten dan. Is er genoeg voor plaatselijke talenten om in de regio te blijven? „Ik vind dat je talent moet bundelen. In het voetbal pleit ik voor één regionale jeugdopleiding in Limburg. Waar de grootste talenten samen worden opgeleid. Daar word je als speler beter van. En dat geldt ook voor andere sectoren, van bundeling word je sterker. Bovendien willen ouders de beste opleiding voor hun kinderen. Als ze die niet in de regio kunnen vinden, gaan ze elders zoeken. Al denk ik dat het meevalt met de leegloop in Limburg. Ik denk dat de meeste jonge mensen die hier opgroeien niet per se weg willen. Tachtig procent wil hier blijven, schat ik zo. Maar dan moeten er wel goede opleidingen en genoeg banen zijn.”

Reacties zijn gesloten.